De mystieke schoonheid van taal bij Meister Eckhart

In deze essay van 7 november 2016  probeer ik een beschrijving te geven van de mystieke schoonheid die schuil gaat achter de woorden van Meister Eckhart. Carl Gustaf Jung, een van de grondleggers van de dieptepsychologie, gebruikte hiervoor de term ‘het  numineuze’, waarmee hij de intrinsieke drijfveer aan wilde duiden die de mens onbewust aanzet tot de vereniging met het goddelijke in hemzelf. Een boeiend onderwerp voor de naar zingeving zoekende mens van deze tijd. Meister Eckhard blijft inspireren en is door zijn veelal abstracte taalgebruik juist voor de rationeel ingestelde westerse mens een echte uitdaging.

 

Het Woord als numineuze ervaring bij Meister Eckhart

Een jungiaanse lezing van een middeleeuws mysticus

“Jesus spricht im Tempel, so dass das Wort (Christus) sich in der Seele ergießen kann.”1 Tijdens mijn kennismaking met de teksten van meester Eckhart werd ik in eerste instantie gegrepen door zijn taal die door haar schoonheid een laag in mij aansprak en mij ten diepste raakte zonder dat ik de inhoud ervan ten volste kon bevatten.

Een uitspraak zoals: ‘de godsgeboorte in de ziel’ of, ‘Vom atmen der Seele’, begreep ik in eerste instantie niet met mijn verstand. Wat moest ik mij voorstellen van ’een godsgeboorte in de ziel’ of ‘ Vom atmen der Seele’? Maar via mijn gevoel kwam de boodschap onmiddellijk binnen. Ik begreep zonder te begrijpen. Of zou ik moeten zeggen, ik voelde het aan, zonder er met mijn verstand bij te kunnen?… Meester Eckhart’s boodschap werd door mij ontvangen in het irrationele van mijn onbewuste en beroerde mij door haar numineuze lading.

Maar ook zijn woordcreaties refereren aan iets dat in mijn professionele leven een grote rol speelt, namelijk de dieptepsychologie van de Zwitserse psychiater C. G. Jung ( 1875 -1961). Toen ik bij Meister Eckhart beschrijvingen tegen kwam zoals “die Urbilder ohne bildliche Vorstellung.” 2deed mij dat meteen denken aan een fenomeen dat door Jung als archetypen werd omschreven.

Hier een citaat van de theoloog en ‘Jung-kenner’ Tjeu van den Berk (1938) uit zijn boek ‘Het numineuze’ (2005) die dit als volgt nader omschrijft. “Bij de mens” stelt Jung , “toont zich het archetype als numineus, dat wil zeggen als een beleving die van fundamentele betekenis is. Als zich deze dan ook nog in de bijpassende symbolen kleedt (…)dan raakt het subject in een toestand van vervoering, en kunnen de gevolgen niet meer worden overzien.” 3

De symboliek waarnaar Jung in het bovenstaand citaat verwijst is ook een overeenkomst tussen de mysticus Eckhart en de dieptepsycholoog Jung. Ik zal dit aan hand van het Christussymbool laten zien, dat door beiden gebruikt wordt maar door ieder met een andere betekenis. Bij Meister Eckhart is “hij ( Christus) een woord van de vader” en even verderop lezen wij,   “Christus is niets anders dan dit Woord dat vanaf het begin gesproken werd en waarin de vader helemaal verschijnt.” 4 En bij Jung klinkt het als volgt,“Christus veraanschouwelijkt het archetype van het Zelf. Hij betekend een totaliteit van goddelijke of hemelse aard, een verheerlijkt mens, een godszoon, onbevlekt door de zonde.” 5

Graag zou ik derhalve in mijn essay een Jungiaanse tekstlezing van Meister Eckart geven en daarmee de dieptepsychologische laag van zijn religieus- filosofische teksten laten zien. Om dit te kunnen doen zal ik op de boven genoemde punten, de werking van de archetypen als numineuze beleving en het gebruik van de symboliek, die deze beleving tot stand brengt, nader in gaan.

Inleidend op het hoofdgedeelte refereer ik aan mijn eigen worden uit de eerste alinea van mijn inleiding en begin ik met de uitleg van het numineuze vanuit mijn eigen ervaring, voordat ik verder ga met de begripsbepaling bij Jung. De beelden die de taal van Meister Eckart in mij oproept, activeren de energie van de archetypen in mij. Zo doende vormt mijn beleving van het object ( de tekst), en de werking in mijn binnenste (de archetypen), de verbindende schakel tussen de beleving van de woorden van Meister Eckart en de werking van de archetypen uit de Jungiaanse dieptepsychologie.

Het numineuze is een begrip van Nathan Söderblom ( 1866-1931) welk door het boek ‘Das Heilige’ (Breslau 1917) van Rudolf Otto (1869-1937) bekendheid kreeg. In dit boek toont Otto aan dat in alle spirituele levensbeschouwingen sprake is van een irrationele oerervaring, door hem de ‘ervaring van het heilige’ genoemd, waarbij het gemoedsleven van een mens in beweging komt. Verder merkt hij op dat deze beleving iets in het onbewuste raakt waardoor het tot bewustzijn komt. Relateerde Otto het numineuze nog uitsluitend aan een ervaring die aan het contact met het heilige gebonden is en daarmee religieus van aard, zo is voor Jung het numineuze niet alleen maar een goddelijke werkelijkheid maar ook een psychische aangelegenheid, irrationeel van aard. “Vanaf 1934 wordt numinositeit een sleutelbegrip in Jungs werk. In zijn prestigieuze Terry Lectures aan de Yale University (1937) stelt hij, dat het hart van de religie gevormd wordt door het numineuze, een verzameling ideeën en beelden dus, geclusterd vanuit het collectief onbewuste dat zich autonoom en sterk gevoelsbeladen openbaart aan de ziel.” 6

Na deze psychologische beschrijving van een godsbeleving wil ik graag naar een uitspraak van Meister Eckhart verwijzen waarbij zowel inhoudelijk als symbolisch naar het numineuze vanuit een Jungiaanse lezing verwezen kan worden:”Genauso wie das Wort, das ich spreche: es entsteht erstens in mir, zweitens verweile ich bei seiner Vorstellung, drittens spreche ich es aus, und ihr alle nehmt es auf. Dennoch bleibt es dem Wesen nach in mir. So bin ich auch im Vater geblieben. Im Vater sind die Urbilder aller Geschöpfe. Das Holz hat in Gott ein geistiges Urbild.” 7 Ook in deze tekst vinden wij een prachtig voorbeeld van de symbolische kracht van zijn taalgebruik omdat hij aan hand van ‘het spreken’ zowel de ‘daad’ van het spreken ‘an sich’ bedoelt, als ook gebruik maakt van de symbolische laag ervan, waardoor hij ons mee neemt in de uitleg van zijn relatie met ‘de Vader’.

In zijn laatste zin verwijst Eckhart naar ‘die Urbilder’, die in de vader aanwezig zijn, deze zin zou ik graag willen gebruiken om een overgang te kunnen maken naar het fenomeen van de archetypen in het collectief onbewuste. Deze laag in het menselijk bewustzijn die zo oud is als de mensheid zelf, zijn wij geboren met wat Meister Eckhart als volgt omschrijft: ‘die Urbilder ohne bildliche Vorstellung’. Het ‘Zelf’ is een van deze ‘Urbilder’. Tijdens het menselijk individuatieproces ontwikkelt het Zelf zich afhankelijk van de bewustzijnsontwikkeling die de mens in kwestie doorloopt.

Als wij beseffen dat wij niet ons lichaam zijn en ook niet onze gedachten maar dat wij ‘voelen’ dat er iets in ons is, dat alles overstijgt en tegelijkertijd omvat, dan toont zich het Zelf aan ons in zijn ‘heelheid en totaliteit’. Vaak gaat deze vorm van bewustwording gepaard met numineuze ervaringen, vandaar dat het Zelf ook zo toepasselijk door Christus gerepresenteerd wordt. Samenvattend kunnen wij stellen, dat het bij het Zelf om een ‘Urbild’ gaat, dat in alle mensen aanwezig is en zich in de loop van ons leven pas vult met beelden afhankelijk van onze ervaringen.

 

Zoals gezegd, vind ik in het Eckhartse woord ‘Urbild’ een zeer toepasselijke omschrijving van wat Jung de archetypen noemt. In de dieptepsychologie van Jung wordt de lading van het numineuze gekoppeld aan het cluster van de emotionele energie waaruit de archetypen bestaan. Om het fenomeen van het archetype aan de lezer verder uit te kunnen leggen, laat ik nog een keer Tjeu van den Berk met een aantal citaten aan het woord, “Het gaat bij archetypen om voorstellingsloze instinctieve patronen die pas in de ziel in beeld komen’. Of ‘ bij archetypen stelt Jung, ‘gaat het om een pattern of behaviour, een gedragspatroon. Dit aspect van het archetype is biologisch van aard. In archetypen zijn archaïsche, onbewuste-dierlijke elementen en structuren werkzaam’. ‘Bij de mens zo stelt Jung, toont zich het archetype als numineus, dat wil zeggen als een beleving die van fundamentele betekenis is.” 8

 

Een ‘beleving die van fundamentele betekenis is’ (numineus), was bij mij hetgeen Meister Eckhart in zijn geboorteproces beschrijft. Het ‘geboren worden uit zichzelf;’ om vervolgens door het uitspreken van het woord zijn zoon te baren; die wederom door God geschonken wordt aan de ziel van de mens, opdat dèze Christus in vorm van het woord kan ontvangen, zoals de bruid de bruidegom ontvangt…. Deze woorden nemen mij mee in sferen van vervoering, laten mij rillen, komen helemaal binnen en brengen daar diep binnen alles in beweging wat in mij het verlangen naar het hogere, het overstijgende, wakker maakt; hetgeen uiteindelijk niet meer met woorden te omschrijven valt. Een numineuze beleving dus.

Maar terugkomend op het archetype met wiens uitleg ik nog bezig was, wil ik graag een citaat laten zien waarin Meister Eckhart het ‘Urbild’ dat in de vader is, uitlegt. Deze omschrijving kan men letterlijk gebruiken om de aard en werking van de archetypen aan de lezer uit te leggen. Laten we naar de bewoording van Meister Eckhart luisteren: “Neulich sagte ich an anderer Stelle: bevor Gott alle Geschöpfe ins Leben rief, hat er etwas geboren, das ungeschaffen war, das die Urbilder aller Geschöpfe in sich trug: das ist der Funke. Wie ich zuletzt im Sankt Makkabäerkloster (in Köln) sagte, wenn ihr euch noch erinnern könnt: dieses Fünklein ist Gott so verwandt, dass es einig und Eins ist, unterschiedslos (bleibt) und (doch) in sich die Urbilder aller Geschöpfe trägt, Urbilder ohne bildliche Vorstellung oder über jede bildliche Vorstllung hinaus.” 9(Mieth D., 2015 Vom Atmen der Seele, p. 82)

In dit citaat refereert Meister Eckhart die ‘Urbilder’ aan ‘das Fünklein’. Ik ga nu van de veronderstelling uit, dat hij met ‘das Fünklein’ de Ziel bedoelt om een hypothetische vergelijking te kunnen maken. Volgens Eckhart zijn ‘die Urbilder’ een deel van het ‘Fünklein’, oftewel in mijn hypothetische veronderstelling, van de Ziel. Volgens Jung zijn de archetypen energieclusters die samen het collectief onbewuste vormen. In beide gevallen zijn ‘die Urbilder’ deel van een groter geheel. In het ene geval van het goddelijk, overstijgende principe van de ziel en in het ander geval, die van het psychisch, overstijgende principe van het menselijk collectief onbewuste.

Beide maken zij deel uit van de mens in zijn volheid, zijn totaliteit maar zien zij hem tegelijkertijd als deel van een groter geheel. Graag geef ik hier de ruimte aan het voorstellingsvermogen van de lezer om zijn eigen conclusies over de verbinding van deze twee ‘concepten’ te trekken, zodat ik het kader van het wetenschappelijke werken niet te buiten ga.

Met deze bijdrage sluit ik mijn uitleg over het numineuze en de vergelijking tussen het Eckhartse ‘Urbild’ en de Jungiaanse archetypen af om mij in het vervolg toe te wenden tot het behandelen van het Christusbeeld als symbool bij Meister Eckhart en bij Jung. Misschien is afsluiten in dezen niet het juiste woord. Ik voeg immers de symboliek alleen maar toe, omdat deze in mijn ogen de verbindende factor is tussen Eckhart en Jung. In zo verre is het vervolg van mijn uiteenzetting meer een aanvulling op het bovenstaande, waarbij ik wederom tracht een vergelijking te maken tussen deze twee meesters. Welnu dan, het vervolg van mijn uiteenzetting.

Het Christusbeeld bij Meister Eckhart is een onderdeel van het goddelijke scheppingsproces, waarbij Christus synoniem is voor het Woord. Het Woord wederom dient als verbindende schakel tussen God en mens. Ik ga deze Christus- woord -relatie laten zien door de bespiegelingen van de Belgische psycholoog/theoloog Marcel Brekers (1945) en zijn Duitse collega Dietmar Mieth (1940) Hieronder volgt in de woorden van Meister Eckhart waar het om gaat: “Daher kommt es, dass der Sohn in der Gottheit, das Wort -Im Anfang- immer geboren wird, immer geboren ist.” 10 Miet omschrijft dit als volgt in zijn eigen woorden, “(…)der proces des Hervorgehens des Logos, des Sohnes, das ihn zur Person macht, bewahrt ihn aber, sofern im Ursprung bleibend, wie das ausgegangene Wort im Sprecher verbleibt. “ 11

Brekers becommentarieert Eckharts uitspraak “Hij is een woord van de Vader” als volgt, “de Vader baart Zijn Zoon tijdloos en voortdurend door te spreken. Die geboorte heeft niet alleen in Christus plaats maar in ieder mens die zich  daarvoor openstelt.(…) Christus is niets anders dan dit Woord dat vanaf het begin gesproken werd en waarin de Vader helemaal verschijnt.” 12

Hieruit concludeer ik dat Mieth het Christusbeeld ziet als de logos die mens wordt maar geworteld blijft in zijn oorsprong, de vader; terwijl Brekers de godsgeboorte niet alleen maar in Christus ziet maar Christus symbool wordt voor de godsgeboorte in ieder mens, mits deze hiervoor open staat.

Mieth koppelt het Christussymbool aan de logos, waarmee hij de geest, het menselijk bewustzijn op de voorgrond zet, hierdoor laat hij de mens mens worden, door de logos; terwijl ik bij Braekers meer de goddelijke vonk proef, waardoor de mens, die hiervoor ontvankelijk is, bezield raakt door het Woord. Het moge duidelijk zijn dat hier op een zeer aanschouwelijke manier de symboolwerking van Christus bij Meister Eckhart op verschillende manieren getoond wordt, die beide recht van bestaan hebben. Het staat de lezer vrij de uitleg te volgen die hem zelf het meest aanspreekt.

Van Meister Eckhart ga ik nu over naar het zelfde symbool bij Jung. Wij zullen aan het eind zien in hoe verre er overeenkomsten en verschillen te vinden zijn. Jung gebruikt het Christusbeeld als symbool voor het archetype van het Zelf dat de mens in zijn heelheid en totaliteit toont. In zijn eigen bewoording klinkt dat als volgt: “Zoals Christus in ons is, zo is ook Zijn ‘rijk der hemelen’ in ons. Deze paar algemeen bekende aanduidingen zouden voldoende moeten zijn om de psychische positie van het Christussymbool te karakteriseren. Christus veraanschouwelijkt het archetype van het Zelf.” 13 “Het godsbeeld in de mens, dat door de eerste zonde beschadigd is kan met behulp van God ‘hervormd’ worden. (…) De heelheidsbeelden, die het onbewuste tijdens het verloop van een individuatieproces naar voren brengt, betekenen soortgelijke ‘hervormingen’ van een a priori aanwezig archetype. Zoals al vaker gezegd, kunnen de spontane symbolen van het Zelf, of van de heelheid, in de praktijk niet van een godsbeeld onderscheiden worden.“ 14

Hier zien wij duidelijk dat Jung bij het archetype van het Zelf verwijst naar het individuatieproces als bewustwordingsproces van de mens, dat in de kern ook een proces van  geboorte is.

Tijdens het lezen van het bundel ‘Ik en Zelf’, waarin Jung het Christussymbool verder uitwerkt, viel mij op dat hij een citaat van Augustinus gebruikte om zijn Christusbeeld te verduidelijken dat mijn inziens naar zo uit de mond van Meister Eckhart had kunnen rollen. Oordeel zelf: “Daarom moet ons einde onze volheid zijn; onze volheid echter is Christus, aangezien hij het volkomen godsbeeld betekend. Hij wordt daarom ook koning genoemd. Zijn bruid is de menselijke ziel, die in een innerlijk verborgen geestelijk mysterie met het Woord verbonden is, opdat twee één vlees zullen zijn.” 15

Graag zal ik het laatste woord van Augustinus gebruiken om mijn Jungiaans lezing van een middeleeuwse mysticus af te sluiten met een persoonlijke variante op het hier boven verwoorde. “Voor mij zijn deze twee grote meesters verbonden in het Woord dat resoneert in het diepste binnenste van mijn Ziel en mij door het bestuderen van hun leer in vervoering brengt.”16

7 november 2016

Literatuurlijst: C. G. Jung, Ik en zelf, Lemniscaat 1982. C.G. Jung, Psychologie en religie, Lemniscaat 2000. Dr. Elisabeth Camerling, Inleiding tot het denken van Jung, Born N.V. Uitgeversmaatschappij 1967. Tjeu van den Berk, Het numineuze, Meinema 2005. Alois M. Haas & Thomas Binotto, Meister Eckhart, Op zoek naar de goddelijke essentie, Synthese 2016. Marcel Braekers, Meesters in Spiritualiteit, Meister Eckhart mysticus van het niet wetende denken, Averbode 2007. C.O. Jellema, Meister Eckhart, Over god wil ik zwijgen, Historische uitgeverij Groningen, 2014. Dietmar Mieth, Meister Eckhart, Vom Atmen der Seele, Reclam Verlag 2014.

Het laatste nieuws van ‘de Reis’…

DE REIS VAN DE HELD

Het afgelopen jaar was een voortdurend proces van wording tijdens mijn Reis. Eerst de afbeeldingen dan de woorden. Het betekenis geven aan de afbeelding stond vanaf de zomer in het middelpunt.  De zeer inspirerende en vruchtbare samenwerking met mijn uitgeefster Monica Boschman van MB communicatiebureau, heeft in mij de overtuiging laten groeien dat de kaartenreeks een prachtig product zal gaan worden.  Inmiddels zijn wij met het finetune- werk begonnen en schijnt het einde van dit proces in zicht te zijn. Vanaf februari 2018 komt dan het ‘laten drukken’ aan de orde en zal een speciale website de lucht in gaan.

Binnenkort kun je via de site: dereisvandeheld.nl meer informatie verkrijgen over lezingen, workshop’s, een summerschool en een opleiding, waarbij je als professional leert, jezelf de betekenis achter de afbeeldingen eigen te maken…

Wil je op de hoogte gehouden worden laat dan je contactgegevens hier achter:

Contact

Systemisch werk in het onderwijs

Systemisch werk in het onderwijs:  

– inzet & kader

-meerwaarde voor mens & organisatie

-voorbeeld van docent met burn-out verschijnselen

Inzet:

– alle conflictsituaties die zich in de organisatie voordoen

– onderzoeken van thema’s die actueel spelen

–  inzicht in de problematiek van ‘zorgleerlingen’

–  pestgedrag onder de leerlingen

–   uitsluiten van etnische groeperingen en andere vormen van polarisering

–   rouw- en verliesverwerking na het overlijden van een leerling

–   houding ten opzichte van de eigen professionele ontwikkeling

–   draagvlak zichtbaar maken bij veranderingen in de organisatie

–   verstoorde communicatielijnen op de verticale en horizontale communicatie-as

–   belangenverstrikkingen onderzoeken (OR-MR- directie- GMR-bestuur)

Kader:

Het onderwijs vanuit systemisch perspectief:

Een school is een zeer complexe organisatie met vele subsystemen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Vanuit de organisatie gezien hebben wij te maken met:

–    het bestuur –    de medezeggenschapsraden –    het personeel in zijn algemeenheid –    het faciliterende personeel –    het leidinggevende personeel –    de mentoren –    de vakgroepen –    het onderwijsgevende personeel –    het onderwijs ondersteunende personeel

Vanuit de leerlingen en hun ouders gezien: –    de ouderraad –    de vrijwilligers –    de ouders in hun algemeenheid –    de leerlingen in hun algemeenheid –    de leerjaren/onder/bovenbouw –    de klassen –    de vriendengroepen

Al deze systemen bestaan uit mensen die met elkaar in een directe relationele verbinding staan. Zowel op de horizontaal-as binnen de specifieke groep, als ook op de verticale as, binnen de organisatie- en de verschillende groepen.

Basisfuncties van een systeem:

Een systeem gaat uit naar balans en volgt hierbij zijn eigen wetmatigheden, de ongeschreven wetten waardoor zich groepen als vanzelf vormen. Een systeem raakt uit balans als er storingen ontstaan. Deze storingen ontstaan altijd als er tussen mensen disharmonie ontstaat op het gebied van:

–    binding (erbij horen) –    ordening (welke positie heb je in de groep) –    geven en nemen op relationeel vlak

Voorbeelden waardoor disharmonie ontstaat:

–    dominantie, –    buitensluiten, –    niet nemen of niet adequaat invullen van een leiderschapspositie.

Voorbeelden van disharmonie in een systeem:

–    slechte communicatie op de verticale as, tussen de directie, de managementlaag en de docenten (verstoorde balans in geven en nemen, rangordeproblemen of buitensluiten) –    docenten die moeilijk orde kunnen houden, (te weinig dominantie waardoor zij hun plek in de rangorde niet kunnen nemen) –    pestgedrag van leerlingen (buitensluiten en dominantie)

Wat kan een ’sytemische’ opstelling zichtbaar maken?

–    hoe mensen zich tot elkaar verhouden –    de oorzaak van verstoringen –    de oplossingen die zich aandienen

Wat is de meerwaarde van een systemische opstelling voor het onderwijs?

Voorbeeld: uitval docenten door  burn- out verschijnselen

Ik zal proberen de inzet en effectiviteit van deze methode duidelijk te maken aan hand van een concrete situatie die zich in het onderwijs geregeld voordoet: Een docent valt uit door overbelasting.

Beschrijving van de situatie: In het onderwijs heb je met vier belangrijke partijen te maken die met elkaar in een relationele interactie verkeren: –    de school als organisatie –    de docent –    de leerling –    de ouders

Docent en leerling staan in dagelijks contact met elkaar maar achter beiden staat nog een andere belanghebbende partij. In het geval van de leerling is dat de ouder/verzorger en in het geval van de docent is dat de school als organisatie. Docenten zijn in deze relationele verbinding als een spin in het web omdat zij zowel naar de leerling/ouders als ook naar de schoolorganisatie toe een verbindende rol spelen. Hierdoor zijn zij zeer kwetsbaar in hun positie die door docenten zelf  vaak als stressgevoelig ervaren wordt.

Ook voor de school als organisatie is de docent een belangrijk en kwetsbaar schakelpunt in de organisatie. Docenten scoren in de lijst van’ burn-out’ gevoeligheid heel hoog. Het functioneren van een docent wordt vooral bepaald door zijn persoonlijkheid. Die bepaalt hoe zijn/haar contact met de leerling(en), de ouder(s) en de organisatie verloopt. Onvoldoende doorzettingsvermogen, zelfbewustzijn, communicatieve en sociale vaardigheden, empathisch vermogen kunnen de oorzaak van problemen zijn in de tussenmenselijke relaties. Maar ook hoge werkdruk door extra taken en functies buiten het lesgeven om, slechte communicatie in de organisatie, te grote afstaand tot de leidinggevende laag, veel veranderprocessen in de organisatie, spanningen op het relationele vlak onder collega’s zijn een reden van deze hoge score.

Vaak kondigt zich de uitval van een docent al ruim van te voren aan maar zijn de mogelijkheden van ingrijpen van de kant van de organisatie beperkt. Hier kan een  zogenoemde systemische opstelling uitkomst bieden. Door een opstelling kan de oorzaak van het probleem zichtbaar worden gemaakt.

Meestal is de persoon in queeste zich er niet van bewust wat zijn eigen aandeel in hetgeen is dat zich voor hem/haar in de buitenwereld als probleem toont. Inzicht en herkenning van de oorzaak kunnen tot een ‘aha- Erlebnis’ leiden waardoor een andere kijk op de situatie ontstaat. Een andere kijk op de situatie beïnvloedt onze gedachten, onze gevoelsmatige beleving en uiteindelijk ook ons gedrag. Door de veranderde houding van de docent zullen ook de reacties in ‘’de buitenwereld’’ veranderen omdat het één met het ander onlosmakelijk verbonden is.

Dit is winst nummer een.

Het tweede aspect dat een opstelling bied is het zogenaamde ‘heling aspect’, of te wel het weer in balans brengen van de verstoorde relaties in het systeem. Door interventies tijdens de opstelling kan dit bereikt worden. Wat in de opstelling met representanten gedaan wordt heeft zijn weerklank op de mensen om wie het daadwerkelijk gaat. Als voorbeeld, een verstoorde relatie tussen een leerling en een docent kan in de opstelling weer in balans gebracht worden waardoor in de ‘buitenwereld’ het effect ervan zichtbaar wordt doordat niet alleen maar het gedrag van de docent verandert maar ook dat van de leerling.

Dit is winst nummer twee.

Deze methode is in het onderwijs zo effectief omdat de persoon in queeste, in dit voorbeeld de leerling, niet actief deel hoeft te nemen, hij/zij wordt immers gerepresenteerd door iemand anders.

Veel gestelde vragen: Privacy van degene die opgesteld wordt.

Hierover het volgende: Systemische opstellingen hanteren een zeer nauwgezette ethische code. Er mag nooit een opstelling gehouden worden over een niet aanwezige derde persoon. Wel mag een vraagsteller, in dit geval een docent, iedereen opstellen waartoe hij zelf in een relationele verbinding staat met als doel, informatie over zijn eigen functioneren te krijgen. Met andere woorden: de leerling mag alleen bevraagd worden over wat er bij hem speelt in relatie tot de docent.

De winst voor mens & organisatie:

Door vroegtijdig in te kunnen grijpen middels een opstelling kan de uitval van docenten beperkt worden. Ik durf te beweren dat middels deze methode en een goede begeleiding van de docent het percentage uitval met wel 80% terug gebracht kan worden. Hierdoor ontstaan voor de organisatie minder kosten en wordt er een effectieve bijdrage aan het welzijn van de  docenten geleverd. Een ander niet onbelangrijke factor is de lage investering in tijd. Een opstelling met een vraag duurt gemiddeld twee uur. Verdere begeleiding van de docent is mogelijk maar niet altijd nodig. Het succes van de opstelling is vrij direct merkbaar.

Hoe werkt een opstelling:

Een opstelling bestaat uit een vraagsteller, een  x aantal representanten en de opsteller die de opstelling leidt. De vraagsteller brengt een thema in. Hij/zij wil graag zichzelf in relatie tot het onderwerp onderzoeken. Het doel van de vraagsteller is inzicht verkrijgen in de achterliggende verstrengelingen en het oplossen van hetgeen hij/zij in de buitenwereld als ‘probleem’ ervaart. De representant staat voor een persoon, een groep of een thema. Zo kan een persoon voor het thema weerstand opgesteld worden, of voor een collega of voor een situatie zoals onder meer  een fusie. De representant neemt lichamelijke , gevoelsmatige of cognitieve gewaarwordingen waar en beschrijft deze aan de opsteller. Bijvoorbeeld: “Ik heb hoofdpijn, ik word ineens heel verdrietig, of: ik moet de hele tijd maar denken aan…” De opsteller bevraagt de representanten over zijn bevindingen. Hierdoor ontstaat langzamerhand een beeld over oorzaak en gevolg van de situatie zowel bij de opsteller, waardoor hij/zij  zijn interventies kan inzetten, als bij de vraagsteller waardoor deze inzichten verwerft. De inzichten gaan vaak gepaard met een diep gevoel van geraaktheid en herkenning waardoor de opstelling als zeer intens worden ervaren.

Vanuit de technische kant bekeken wordt de werking van een opstelling fenomenologisch benaderd. Er is een aantoonbaar effect, dus het werkt. De vraag hoe het werkt kan niet worden beantwoord. Sinds de ontdekking van het morfogenetische veld in de kwantumfysica bestaat het vermoeden dat er een verband kan worden gelegd tussen dit veld en de werking van een opstelling. Al met al doet deze methode al meer dan vijftig jaar waardevolle diensten op het therapeutisch vlak in de hulpverlening maar vindt zij inmiddels ook haar weg naar het bedrijfsleven bij strategiebepalingen en personeelsbeleid vanwege haar grote effectiviteit.  De inzet is multifunctioneel, zeer effectief door overtuigend resultaat en de korte tijdsbesteding die hiervoor nodig is. Neem als voorbeeld: het onderzoeken van de oorzaak van een ‘probleem’ . Doet men dit door middel van een gesprek, dan kan het vaak weken of maanden in beslag nemen terwijl een opstelling deze in een dagdeel zichtbaar maakt. Voor meer informatie en een kennismaking opstelling: neem gerust contact met mij op.

Tim Cook van Appel: “Een bedrijf moet een ziel hebben net als een mens”

C630x400_b5a24f26f73ccf6bfe3cab969559362e-1464087849

Wat een verademing om deze woorden uit de mond van Tim Cook te horen. Het voordeel van zulke ‘iconen’ is dat zij trends kunnen zetten en  mensen hierdoor wakker geschud worden.

Als trainer en coach ben ik hier erg blij mee, eindelijk een mentaliteit – verandering die in organisaties tot hele boeiende ontwikkelingen zou kunnen leiden.

De ziel is immers hetgeen wat een bedrijf in zijn diepste laag is. De motivatie van de oprichters, de waarde van zijn diensten of producten, de sfeer die ontstaat door de onderlinge relaties van de mensen die er werken. De ziel hoef en kan niet gemaakt worden. De ziel ontstaat door de interacties van deze drie factoren en  bepaald daarmee de uitstraling van een organisatie naar buiten toe, of wij dat willen of niet. De intentie voor een vraagstelling zou kunnen zijn: wat betekend dit voor een organisatie en hoe vertalen wij dit in de alledaagse praktijk?

De ziel, vanuit de Jungiaanse dieptepsychologie gezien, bepaald de ontwikkeling van een mens. Aangezien een organisatie ook aan ontwikkelingen onderworpen is kun je de wetmatigheden die hieraan ten grondslag liggen met elkaar vergelijken.

De ziel is direct verbonden met zingeving namelijk met de vraag ‘wat doe ik hier en wat maakt mijn reis/leven zinvol’?

Als je het zelfstanding naamwoord Ziel verandert in een bijvoeglijk naamwoord krijg je bezieling en als je het zelfde doet met het woord Zin krijg je zinvol.

Voeg je beiden samen ontstaat een simpele formule voor een gezonde organisatie: laat mensen hun werk (omstandigheden) als zinvol ervaren en ze werken vanuit bezieling…

Laten we aan de slag gaan met de woorden van Tim Cook in ons achterhoofd:

Een bedrijf moet een Ziel hebben!

 

 

Een systemische opstelling over het thema weerstand

Het gaat deze keer om het thema weerstand.

DSC_8636 [1600x1200]

Weerstand is een reactie die door ons onbewuste gestuurd wordt en altijd dan in actie komt als er iets aangeraakt dreigt te worden dat in het verleden pijn heeft gedaan. Deze pijnpunten uit het verleden worden ‚bewaakt’ zodat er niet meer in ‘de pot geroerd kan worden’.

Er is nog iets waar ons onbewuste een enorme hekel aan heeft en dat zijn veranderingen. Veranderingen betekenen namelijk het vertrouwde op te moeten geven ter wille van iets onbekends. Ook al is het vertrouwde objectief gezien slecht voor ons, het is bekend en voelt daarom veilig. Bovendien hebben we al lang geleerd om ermee te leven, dus waarom zouden we blij zijn met verandering?  Cognitief gezien weten we het natuurlijk allemaal, we moeten veranderen willen we minder last hebben van het een of ander uit ons verleden maar zoals gezegd, ons onbewuste is het hiermee beslist niet eens.

In deze opstelling gaan we het bewustzijn en het onbewuste als een soort deelpersoonlijkheden opstellen om te zien wat het onbewuste nodig heeft om het strijdbijl te begraven en de hoge muren van angst   te laten barsten…

Vindt je het thema boeiend, herken je er jouw eigen worstelingen in of wil je gewoonweg een keer kennis maken met het fenomeen sytemisch werk, ook bekend onder de naam familieopstelling, schrijf je dan in via mijn website en doe mee. http://annepauen.nl/systeemopstellingen/

 

Ontwerp van de kaartenreeks ‘de Reis van de Held’ voor coaches en trainers

foto-7

Een voorproefje op wat het straks gaat worden…

HKU student Bob Claassen maakt het nieuwe ontwerp van de archetypische afbeeldingen van ‘de Reis van de Held’

foto-6Bob Claassen, student van de hogeschool van de Kunsten te Utrecht, ontwierp de nieuwe afbeeldingen van een kaartenreeks die onder de titel ‘de Reis van de Held’ in productie zal gaan . Deze kaartenreeks kan door coaches en trainers worden ingezet om ontwikkelprocesse van mensen in organisaties zichtbaar te kunnen maken. De afbeeldingen vertegenwoordigen archetypische fases in dit proces en kunnen door hun symboliek een directe toegang tot ons onbewuste leggen. Hierbij hebben ze zowel een persoonlijke als een collectieve betekenis en geven zij een zeer waardevolle momentopname van waar wij staan ten opzichte van het proces waarin wij ons bevinden.

Bob ervoer het ontwerpen van de afbeeldingen ook als een echt proces. “Het heet niet alleen maar ‘de Reis van de Held’ maar het ontwerpen was ook echt een Reis voor mij”, zo zijn commentaar. In mijn volgende blog zullen jullie een van de ontwerpen te zien krijgen…

De herontdekking van de ziel…

va_nielsen_east_of_the_sun_press_02811_069_1508171618_id_988852

De Ziel, de grote onbekende, is eigenlijk volledig uit de mode geraakt. Niemand heeft het er nog over en als wel, dan vraagt iedereen zich af waar het in ‘gods naam’ over gaat. De Ziel is vaag en onduidelijk en heeft in ons hedendaags leven geen plek meer, terwijl het woord bezielt en ‘de bezieling’  voor iedereen wel duidelijke is. Dat komt misschien omdat de energie van de ziel nog wel te voelen is als wij het hebben over: bezielt bezig zijn en vanuit bezieling aan het werk zijn…

Raar, dat iets dat sinds mensengeheugenis zó belangrijk was, ineens niet meer ter zake doet. En toch, als ik zoals gisteren op de HKU met jonge studenten praat en wij het over de Reis van de Ziel hebben, dan verbaas ik mij erover met welke vanzelfsprekendheid zij nieuwsgierig zijn naar de metafysische kant van ons bestaan.

Zijn wij de ziel wellicht kwijt geraakt omdat wij de laatste honderd jaar zo druk bezig waren met het ontdekken van de mogelijkheden die de wetenschap ons kon bieden, waardoor wij vooral onze cognitie hebben ontwikkelt? En zeker is het heel begrijpelijk dat wij vooral uit de invloedssfeer van de kerken wilden blijven, die immers over eeuwen het leven van menig mens op een zeer onprettige manier hebben weten te beheersen.

Maar nu we zo veel weten en zo veel kunnen in onze ‘ontzielde’ wereld, lijkt het wel alsof we ons ongemakkelijk voelen in een onbestemd gevoel van én gemis. Zal het de Ziel zijn die we missen, in alles wat we doen? Is het de Ziel wellicht die door haar ‘ Zijn’ betekenis geeft aan ons bestaan?

Ik denk het wel eerlijk gezegd, ik denk dat het tijd wordt om haar terug te halen in ons huis, onze relaties en op ons werk. Zij hoort bij ons en wij bij haar. Er is geen scheiding tussen ons lichaam onze geest en hetgeen ons bezielt, het hoort bij elkaar.  ‘Die gute Seele des Hauses’ was vroeger een vaststaand begrip in Duitsland waarmee men een persoon bedoelde die de sfeer van een bedrijf positief bepaalde.  Bezieling is wat we nodig hebben willen we dat wat we doen overtuigend en goed doen. Laten we de betekenis van de Ziel herontdekken en daarmee een dieper bewustzijn van onszelf verkrijgen.

 

De Held wordt in een nieuw jasje gestoken door HKU studenten

DE REIS VAN DE HELD…kent weer een nieuw avontuur!

Studenten van de Hogeschool der Kunsten te Utrecht (HKU) zullen de 22 archetypische afbeeldingen van de Grote Arcana een eigentijdse uitstraling geven.

Vijf tweede jaar’s studenten maken in een ISA project een aantal ontwerpen waaruit eentje geselecteerd wordt om de productie van een kaartenreeks mee in te gaan. Het is zo mooi om te zien hoe enthousiast de jonge mensen zijn om zich met het mythologische thema van de Heldenreis bezig te houden dat immers ook vandaag de dag nog op alle ontwikkelprocessen in ons leven toepasbaar is.

Ik ben heel trots dat ik binnenkort dit mooi materiaal in mijn trainingen mag gebruiken…

 

va_nielsen_east_of_the_sun_press_02811_107_1508171622_id_988882

 

hku.nl/Opleidingen/Media/Illustration

Wat de donkere dagen voor de kerst met je innerlijk oog te maken hebben…

Kirchner - het innerlijk oogDat werd mij gisteren opeens duidelijk bij het bekijken van de prachtige houtsnede van E.G. Kirchner. Ik had net een zeer boeiend boek van de godsdienstfilosoof Daniël van Egmond gelezen, waarin hij het heeft over de verschillende bewustzijns/ervaringsdimensies van de mens. Hierbij onderscheidt hij de rationele bewustzijnsdimensie van de mythische en de magische bewustzijnsdimensie. Afhankelijk van de cultuur waarin wij opgroeien, zetten wij de ene bewustzijnsdimensie meer of minder in dan de andere. Het rationele bewustzijn is vooral sterk als het gaat om het verklaren van de wereld om ons heen, bijvoorbeeld bij het bestuderen van de verschijnselen in de natuur. De kerst is een periode waarbij de dagen donkerder worden. Dat is een fenomeen dat we kunnen waarnemen met onze zintuigen, vanuit ons rationele bewustzijn. Maar wij hebben er niet genoeg aan om dingen alleen maar waar te nemen. We moeten ze ook echt ‘beleven’ en aan die beleving verbinden we dan bepaalde gevoelens en handelingen. Bijvoorbeeld: als we waarnemen dat de dagen buiten donkerder worden, voelen we ons meer uitgenodigd om bij onszelf ‘naar binnen’ te gaan. We gaan bij onszelf te rade en voelen wat er in ons leeft. Vaak is dat wat we dan ‘zien’ best confronterend en zorgt het niet zelden voor een sombere stemming. Voor deze manier van ‘kijken’ gebruiken we, jawel: ons innerlijk oog! Zo wordt de donkere periode rondom kerst dus tot een tijd van bezinning, waarbij we met ons innerlijk oog bij onszelf naar binnen schouwen. De uiterlijk waarneembare wereld wordt zo tot symbool verheven en valt hierdoor samen met onze innerlijk waarneembare wereld. Vervolgens beginnen wij mensen verhalen rondom dit soort fenomenen te bedenken, en die vertellen we vervolgens van generatie op generatie door. Deze verhalen gaan een eigen leven leiden en fungeren als een soort collectief symbool. Dit is wat van Egmond het mythisch bewustzijn van de mens noemt. En dan nog de laatste genoemde bewustzijnsdimensie, de magische Die hoort er namelijk ook nog bij. Blijkbaar hebben we er niet genoeg aan om uiterlijke verschijningsvormen zoals de donkere dagen, symbool te laten staan voor onze innerlijke processen. We willen het ‘huwelijk’ tussen die twee werelden ook nog eens bekrachtigen, middels een ‘uiterlijk’ ritueel. Pas dan voelt de boel echt compleet. En hoe doen we dat? Heel simpel: we nemen een boom, die staat namelijk symbool voor het leven op zich (denk aan de levensboom), hangen er kaarsjes in, die staan dan symbool voor het licht (dat op de donkere dagen volgt), en we geven elkaar cadeaus ter bekrachtiging van onze relaties. En voila: het ritueel van kerstmis is compleet! Tja, en dat soort ritueel voeren we dus al sinds mensenheugenis uit Maar wat gaat er nou zo vaak mis tijdens de kerstdagen, binnen families en binnen onszelf? Waarom kunnen wij de eigenlijk kracht en het rituele karakter van dit naar binnen schouwende feest, toch niet ten volste voelen en uitvoeren? Dat heeft volgens mij alles te maken met de overwaardering van het rationele bewustzijn in onze cultuur, ten kosten van het mythisch en magische bewustzijn. Als wij het georganiseer rondom het etentje en de cadeaus belangrijker vinden dan de verhalen, en het innerlijk proces dat aan dit ritueel ten grondslag ligt, dan werkt het niet. Pas als het naar binnen schouwen voldoende aandacht krijgt en wij ons in een ritueel actief hiermee verbinden, vallen de innerlijke en uiterlijke werelden echt samen en ervaren wij de situatie vanuit een gevoel van volheid, in plaats vanuit een gevoel van leegte. Het innerlijk oog staat dus symbool voor het proces van de donkere dagen in onszelf. Vaak voelen de dagen voor kerst ook een beetje zwaar; er moet nog van alles gebeuren en onze energie schijnt als maar minder te worden. Het voelt alsof alles in ons naar rust en bezinning vraagt. Ik zou zeggen: geef eraan toe! En kijk naar binnen. Wellicht moet er iets afgesloten worden en moeten we iets loslaten voordat we aan iets nieuws, het nieuwe jaar, kunnen beginnen. Kerstmis is van oudsher de tijd en het moment om hiermee bezig te zijn. Ik wens jullie in ieder geval een bezinnelijke tijd toe, met veel inzichten en voldoende rust, zodat de gezelligheid van het feest ten volste genoten kan worden. Tot volgend jaar!

« Oudere berichten